Blog

Geboortetrauma bij baby’s – hoe de impact van geboorte voor baby’s vaak over het hoofd wordt gezien

Geboortetrauma - hoe de impact van geboorte voor baby’s vaak over het hoofd wordt gezien

Als je de term ‘geboortetrauma’ tegenkomt wordt er doorgaans gesproken over een traumatische bevalling voor de moeder. Evenwel kan een bevalling voor de baby ook traumatisch zijn. Echter, de impact van de geboorte op de baby wordt vaak over het hoofd gezien. Gebrek aan kennis over het bewustzijn van baby’s speelt hierin een rol. In deze blog belicht ik dat wat er allemaal een rol speelt bij het ontstaan van geboortetrauma bij een kind.  

Het geboorteproces voor baby’s
Een baby is biologisch zo geprogrammeerd dat hij weet wanneer hij het geboorteproces moet activeren, hoe hij door het geboortekanaal beweegt en hoe hij in dit proces met moeder samenwerkt. Vervolgens verwacht hij na al deze inspanning in haar armen te belanden (Verdult, 2009). Als een bevalling op deze manier kan gaan, is dit een succeservaring voor het kind. Het ervaart een gevoel van zelfbeschikking, zachtheid en verwelkoming en merkt dat hard werken met liefde wordt beloond.

De geboorte kan echter ook anders verlopen. Baby’s die vastzitten in het geboortekanaal en met ingrijpen naar buiten worden begeleid, met een keizersnede ter wereld komen of vanwege complicaties direct na de geboorte bij de ouders worden weggenomen hebben andersoortige indrukken rondom de geboorte. Interrupties in het natuurlijke bevalproces kunnen voor de baby schadelijk, stressvol en zelfs zo ingrijpend zijn dat ze traumatisch worden.

Wat is geboortetrauma?
Er is sprake van geboortetrauma als het geboorteproces voor de baby bedreigend voelt, hij overweldigd raakt en hierdoor in een staat van hulpeloosheid terechtkomt. Een ongeboren of pasgeboren kindje kan zijn emoties nog niet zelf reguleren en belandt vanwege zijn beperkte bewegings- en uitdrukkingsvermogens snel in een toestand van onmacht, waardoor het door pijn en angst overmeesterd wordt (Harms, 2008). 

Waardoor ontstaat geboortetrauma?
Geboortetrauma kan ontstaan doordat de bevalling op zichzelf traumatisch was voor het kindje. Door complicaties in aanloop naar of tijdens de bevalling wordt een bevalling ‘medisch’, waarbij verloskundigen of gynaecologen op de toepassing van medische ingrepen overgaan. Medische bevalinterventies zijn er in vijf vormen: een inleiding van de bevalling, inknippen, een kunstverlossing met behulp van een verlostang of vacuümpomp, een keizersnede en medische pijnbestrijding. Medische interventies tijdens het bevalproces kunnen geboortetrauma in de hand werken. 

Verder kan er sprake zijn van prenatale (prenataal = voor de geboorte) traumatisering die het geboorteproces opnieuw omhoog haalt en versterkt. Als indrukken van het prenatale trauma tijdens het geboorteproces opnieuw aan het oppervlak komen, kunnen deze het geboorteproces op dusdanig negatieve wijze beïnvloeden dat een geboortetrauma ontstaat. Van prenataal trauma is sprake als het kind getraumatiseerd raakt door het ervaren van een hevige vorm van stress tijdens de conceptie of zwangerschap. Doordat moeder en de ongeboren baby een lichamelijke en psychische eenheid vormen (Ruppert, 2014), zijn emoties (zoals angsten) van moeder ook voelbaar en zelfs eigen voor het kind.

Fundamentele vragen voor het achterhalen van geboortetrauma zijn: “Is de geboorte een zacht vloeiende overgang naar het leven buiten het lichaam van de moeder? Of wordt een mens onder grote angst en met veel weerstand en tegen zijn zin in dit leven in gesleurd, erin gestoten of over een grens getrokken?” (Ruppert, 2014).

Hoe vaak komt het voor?
Emerson en collega’s (1998) vonden dat 45 procent van de baby’s na de geboorte kampt met een ernstig geboortetrauma dat gespecialiseerde behandeling vereist. Nog eens 50 procent van de baby’s ervaart geboortetrauma in een milde tot matige vorm. Voor deze baby’s geldt dat ze vaak zelf in staat zijn om zich aan te passen, waardoor weinig tot geen gespecialiseerde behandeling nodig is. Ondanks de hoge prevalentiecijfers blijft het geboortetrauma vaak onopgemerkt en is het bestaan ervan relatief onbekend bij zowel zorgverleners als ouders. Dit komt omdat symptomen vaak niet aan geboortetrauma worden toegeschreven. Een voorbeeld van zo’n symptoom is de gemiddelde tijd die een baby per dag huilt. Zo valt circa 2 uur huilen per dag binnen de normale range (Kitzinger, 1990) en blijkt uit een systematische review uit 2017 dat baby’s in de eerste 6 weken per dag gemiddeld zo’n 120 minuten huilen (Wolke et al., 2017). Echter, een baby zonder geboortetrauma huilt enkel om zijn behoeftes aan te geven en heeft hier slechts 20 minuten per dag voor nodig (Emerson, 1998). Er wordt dan ook regelmatig gemist, dat de huil van een baby een reflectie van onopgeloste emotionele pijn van het geboorteproces kan zijn.

Waarom missen we symptomen bij baby’s
Gebrek aan kennis over het bestaan van een helder bewustzijn bij baby’s maakt dat we hoe de baby zijn eigen geboorte ervaart snel over het hoofd zien. En daarmee ook de symptomen die op geboortetrauma duiden aan andere factoren toeschrijven. 

Lang werd gedacht dat baby’s niet kunnen voelen, niet kunnen denken (omdat ze niet over taal beschikken) en geen zelfbewustzijn hebben (Chamberlain, 1998). Zo werden kindjes nog tot niet zo lang geleden zonder narcose geopereerd omdat ze het toch niet zouden voelen. Inmiddels is bekend dat dit achterhaald gedachtegoed is en dat baby’s wel degelijk gevoel hebben. Hierbij is ontdekt er zoiets bestaat als een ‘cellulair geheugen’ (Emerson, 1996). Lichaamscellen bleken ook een opslagplaats voor herinneringen te zijn, wat verklaart waar indrukken van de periode vóór en tijdens de geboorte vandaan komen. De unieke opslagcapaciteit in cellen werd eveneens bij onderzoek naar orgaantransplantatie zichtbaar. De ontdekking van het cellulaire geheugen verklaarde hoe het kon dat baby’s zich wel degelijk blijvende geboorteherinneringen vormen. Desalniettemin is het goed om te beseffen dat het grootste gedeelte van onze psychische processen onbewust verloopt. Hierdoor bestaan veel van onze ervaringen buiten ons bewuste geheugen en kunnen ze niet via taal worden uitgedrukt. De doorgemaakte ervaringen tonen zich meestal initieel via lichamelijke reacties en symptomen, omdat met name het lichaam diepgaand op traumatische gebeurtenissen reageert (Levine, 2015).

Hoe nu verder?
Als je dit leest, schrikt en schulgevoelens ervaart omdat je in het geboorteproces keuzes hebt gemaakt die omstandigheden creëerden die mogelijk een geboortetrauma creëerden, wil ik zeggen: je deed hoogstwaarschijnlijk wat je dacht wat goed was! Vaak is er geen sprake van onwil, maar onmacht. Door gebrek aan bewustzijn bij geboortewerkers, zoals verloskundigen en gynaecologen worden zwangeren vaak niet of onvoldoende geïnstrueerd over de mogelijke gevolgen van te maken keuzes. Daarbij doen ook geboortewerkers wat zij kennen en denken dat goed is. Een gezond kindje is vaak het belangrijkst, wat het natuurlijk ook is. En in de opleidingen die ze volgen tot beroepsprofessional is het ontstaan van geboortetrauma bij baby’s geen onderwerp in het curriculum geweest. Maar zodra er bewustzijn is, kun je veranderingen aanbrengen. Dus heb je een kindje adviseer ik je een opgeleide babytherapeut op te zoeken, die met jouw kindje aandacht geeft aan onverwerkte indrukken tijdens zwangerschap en geboorte en de bevalling alsnog een bekrachtigende ervaring maakt. Wellicht lees je dit stuk als volwassene. Het komt voor dat geboortetrauma in het leven van de volwassenen een rol blijft spelen en van negatieve invloed is op het ervaren van welzijn. Dit komt dan bijvoorbeeld tot uiting door het veelvuldig ervaren van benauwdheid, een gebrek aan autonomie en eigenwaarde en uitspraken zoals ‘ik zit vast’, ‘ik ben de weg kwijt’, of ‘het overkomt mij altijd’. Deze ervaringen en uitspraken zijn aanwijzingen dat er potentieel sprake is van imprint door geboortetrauma. Het kan goed zijn bij jezelf na te gaan hoe de periode dat je in je moeders buik zat en hoe de je geboorte zijn verlopen. Met regressietherapie kunnen we dat wat wonden heeft gegeven alsnog aandacht geven en de pijnlijke plek verzachten. Daarnaast kan de oorsprong van dat waarin je vastloopt leren kennen vaak ook al veel rust geven. 

Referenties
Chamberlain, D. (1998). The Mind of Your Newborn Baby (3rd ed.). North Atlantic Books.
Emerson, W.R. (1996). The Vulnerable Prenate. International Journal of Prenatal and Perinatal Psychology and Medicine, 10(3), 125–142.
Emerson, W.R. (1998). Birth Trauma: The Psychological Effects of Obstetrical Interventions. Journal of Prenatal & Perinatal Psychology & Health, 1(13), 11–44.
Kitzinger, S. (1990). The Crying Baby. Penguin Books.
Levine, P. (2015). De tijger ontwaakt: traumabehandeling met lichaamsgerichte therapie. Altimira.
Ruppert, F. (2014). Vroegkinderlijk trauma: zwangerschap, geboorte en eerste levensjaren. Uitgeverij Mens!.
Verdult, R. (2009). Caesarean Birth: Psychological Aspects in Adults. Journal of Prenatal and Perinatal Psychology and Medicine, 21, 17–28.
Wolke, D., Bilgin, A. & Samara, M. (2017). Systematic Review and Meta-Analysis: Fussing and Crying Durations and Prevalence of Colic in Infants. The Journal of Pediatrics, 185, 55-61.e4. https://doi.org/10.1016/j.jpeds.2017.02.020

 

 

Angst voor de dood

Angst voor de dood

Ik herinner me nog goed hoe ik ’s avonds in mijn bed lag. Ik was een jaar of tien en had mezelf ingestopt, mijn deken strak onder mijn lijf, zodat – geloofde ik toen – een enge indringer mij niet met een mes kon steken. Ik voelde me bang. Vooral als ik mijn ogen sloot, want dan was het zwart en leeg. Ik was bang dat de dood er net zo uit zou zien. Opgevoed met het idee dat het ophoudt als je overlijdt kwelde ik mezelf met de gedachte ‘nooit meer, nooit meer, nooit meer’. Nooit meer een leven na deze. ‘Nooit’ vond ik zo’n eindeloos ongrijpbaar en daardoor beangstigend woord. Want nooit is dus echt: nooit. Draaierig en met een misselijk gevoel van afkeer wist ik niet hoe snel ik uit bed moest komen om beneden bij mijn ouders te doen alsof ik ‘gewoon’ niet kon slapen.

Ik werd ouder, maar dit onderwerp bleef me tergen en schoof ik voor mezelf angstvallig onder het figuurlijke tapijt. Ik ontwikkelde een lichte hypochondrie. Was sensitief voor wat ik in mijn lijf bemerkte en bang dat het iets dodelijks zou zijn.
 
Inmiddels weet ik: wat je eng vindt kun je beter aangaan. En geloof ik: als een gedachte je zo onpasselijk maakt, vertelt dit juist dat het voor jou niet kloppend is om met dit denkbeeld in zee te gaan. Hierbij volgen we allemaal ons eigen pad. Uniek als we allemaal zijn. 
 
Door het gesprek aan te gaan en me te verdiepen in dit onderwerp zag ik mijn angst onder ogen. Naast het weten van de ratio ontdekte ik mijn eigen innerlijke waarheid. Zo eentje die je in alle kalmte in jezelf voelt. Voor mij bestaat die uit: weten dat alles altijd klopt. Dat het leven niet tegen je is, maar voor je gebeurd. Dat ik hier ben om te leren, te ontdekken, maar ook heel erg mag genieten. Datgene wat ik te leren heb is misschien niet altijd hetgeen waar ik perse op zit te wachten. Dat is wat het is. En als ik het niet aan wil gaan, dan komt het gewoon nog eens opnieuw op mijn pad. Verder is mijn angst voor het zwart veranderd in iets lichts. Waarbij als mijn leven in dit jasje ophoudt, mijn energie, mijn ziel, verder gaat en mijn bestaan een vervolg krijgt. Oftewel, ik geloof in een leven na dit jasje, na de dood. Daarin zit geen nooit. Daar is ruimte voor expansie en groei. Het is een geloven en weten tegelijkertijd. Een weten dat totaal anders kan zijn dan dat van jou. En ook daar is alle ruimte voor.  
 
Veel in onze wereld gaat volgens het principe: eerst zien, dan geloven, als iets tastbaar is, dán is het pas waar. Niet voor niets is er een negatieve connotatie verbonden aan ‘goedgelovig’ zijn. Wat ik met name aan je wil meegeven is dat je net als ik deed, je eigen waarheid kunt bepalen. Waarbij het helemaal oké is wat die waarheid is. Iedereen is anders en jouw waarheid is van jou. Mocht je vastzitten in iets wat je bang of onrustig maakt, wat maakt dat je iets verkiest, wat zo niet prettig voor je voelt? Het is jouw leven. Jouw geluk. Jouw verantwoordelijkheid. En wat je moeilijk of eng vindt, is juist een uitnodiging om je licht erop te schijnen. Jij mag onderzoeken en verkiezen wat ruim en krachtig voor je voelt. Net zoals ik mijn perspectief heb verruimd en daarmee iets moois aan mezelf cadeau heb gedaan. En misschien ontdek je dan wel, dat het ook prima is als je iets niet kan bewijzen of zeker weet. Gewoon omdat ergens in jou een vertrouwen zit. Wat genoeg grond geeft onder je voeten. En je de veiligheid geeft om je vleugels te spreiden en te vliegen. Zodat je je volste potentieel kan benutten. Want je leeft tenslotte maar één keer DIT beste leven 😉 
 
 
 
 
 
 

Hoe kan ik mijn gedachten stoppen?

Hoe kan ik mijn gedachten stoppen?

Soms zou ik willen dat ik mijn gedachten kon stoppen. Wat een rust zou er dan ontstaan. De fijne blije gedachten mogen wel blijven. Maar die kritische, opjagende, sombere gedachte mogen wel minder of eigenlijk het liefst helemaal weg.

De hoeveelheid gedachten die je hebt, kun je onmogelijk tellen. Het menselijk brein produceert er duizenden per dag. Je gedachten zijn reacties op wat je met je zintuigen waarneemt. Je brein verwerkt deze informatie en associeert daar vrolijk op door. Zo maken je gedachten (soms bliksemsnel) allerlei sprongetjes, die niet altijd perse logisch of eenduidig zijn. Op zich is dit allemaal geen probleem. Maar de situatie verandert, op het moment dat je een gedachten wel heel serieus neemt of er door geobsedeerd raakt. Een gedachte wordt dan een overtuiging. Uit één van de vele duizenden gedachten heb je er nu één gekozen die je serieus neemt. Deze overtuiging werkt door in hoe je je voelt en welke keuzes je maakt.

Denken gaat automatisch en verstrikt raken in gedachten gebeurd vaak onbewust. Bij tegenslag popt misschien een gedachte op als “mij gebeurd dit elke keer” en door hier veel gewicht aan te hangen en vanuit deze bril naar de wereld te kijken verandert je willekeurige gedachte in een algemene waarheid: “bij mij zit altijd alles tegen”. Met het geloven van de verkeerde gedachten creëer je zo een heel ander leven dan je voor jezelf wenst. 

Gelukkig kunnen we wat onbewust gebeurd bewust maken. In mijn praktijk werk ik onder andere het doorzien van het innerlijke deel dat deze gedachten produceert. Vaak komt veel denken voort uit een beschermingsmechanisme dat ooit is ontstaan om jou te helpen. Samen onderzoeken we dit mechanisme. We zien haar als een opzichzelfstaand deel en vragen haar: wat is je achterliggende functie? Wat heeft het voor ondersteunende werking voor je? Door dit te (h)erkennen ontstaat vaak al meer ruimte tussen je authentieke zelf en je gedachten. Ook gebruik ik werkvormen die je helpen van je overactieve hoofd, te zakken in je lijf. Het lijf waar vaak emoties opgeslagen liggen die nog gevoeld willen worden. Daarbij is je lijf de plek waar geen chaos heerst, maar je weer in contact staat met je innerlijke kracht en rust. Zo ga je van een leven waarbij je lijdt onder alle innerlijke chaos, naar een leven waarin jij de leiding hebt over je gedachten en daarmee jezelf. 

Gedachten zijn gereedschap, voor de juiste klus op het juiste moment. Ze zijn regelmatig heel erg nuttig en hoeven dus zeker niet weg! In het samenleven met je gedachten helpt het juiste perspectief. Je gedachten zijn maar gedachten. Niet meer en niet meer. Voor mij geeft die gedachte lucht. 

 

 

 

Als goed niet goed genoeg is

Als goed niet goed genoeg is

Ik zie een frisse, intelligente dame.

Ze zit zichzelf in de weg, zegt ze. Ze heeft een goede baan, een leuke vriend en vriendinnen en haar leven verder op orde. Wel heeft ze moeite met haar gevoel van verantwoordelijkheid. Ze heeft de lat voor zichzelf hoog gelegd – ondanks dat ze hier stress van krijgt – maar deze lager leggen is geen optie. Ze is anders niet tevreden. En vindt het lekker om hard te werken. Ze ziet ook gewoon zo goed wat allemaal beter kan. Ze heeft oog voor detail, is ook niet de domste en is gedisciplineerd. Gewoon even doorbijten. Dan regelt ze het allemaal wel.

Toch begint haar manier van werken haar steeds meer tegen te staan.

Ze geeft toe dat ze wel wat perfectionistisch kan zijn. Het hoeft niet perfect overigens. Heel vaak maakt het haar ook niet uit. Bijvoorbeeld in het huishouden. Ze gaat heus niet met haar vinger over de plinten om te kijken of nog ergens stof ligt. Nee, zo perfectionistisch is ze niet. Ze wil haar werk gewoon heel goed doen.

Wat is hier voor jou erg aan? Vraag ik haar.

Dat ik steeds over mijn grenzen ga. Dan ben ik als een kip zonder kop bezig. Drink, eet en beweeg ik niet. Blijf ik maar in de weer. Afstrepen, schaven en verbeteren, terwijl ik ook wel merk dat het genoeg is geweest en wat uit mijn handen komt niet goed meer is. Als ik thuis kom ben ik vaak geïrriteerd. Dan heb ik een kort lontje en wil ik graag alleen zijn. Dan kan ik wel eens flink ruzie krijgen. De hele avond hang ik dan als een zak aardappelen voor de tv en ‘s ochtends begin ik weer met goede moed opnieuw. Ik baal dan echt van hoe ik op mijn werk en daarna thuis in de weer ben gegaan. Want ik doe het wel zelf, hè. En dan neem ik me weer voor het anders te doen. Maar ja, niet altijd met veel succes.

Ze lacht en wordt dan weer serieus. Een beetje verdrietig zelfs.

Ik wil het echt anders. Ik wil niet zo’n verschrikkelijk gespannen wijf zijn. Voor wie niks ooit goed genoeg is.

Dan stel ik haar een beetje een gekke vraag. Waarmee ik wil uitdagen zelf te ontdekken wat het haar nu nog oplevert, zo te werken als ze doet.

Ik vraag haar: Zou het anders zijn, als je de enige op de wereld was? 

Het is even stil.

Ik denk dat het dan anders zou zijn. Ik denk dat ik dan veel relaxter zou zijn en wat ik doe veel minder belangrijk zou vinden. Dan zou ik het nog steeds leuk vinden om hard te werken, want daar krijg ik veel voldoening van. Iets maken en dan resultaat zien. Maar uiteindelijk ben ik denk ik vooral bezig met wat de ander ervan vindt. 

Dat beaam ik. Volgens mij, zeg ik, is voor jou heel belangrijk om het goed te doen. Je hebt ooit een keer geconcludeerd dat je door hard te werken voorkomt, dat mensen je weer op emotioneel vlak pijn doen. 

Bij perfectionisme, controledrang, oververantwoordelijkheid zijn vaak overlevingsmechanismen actief. Strategieën die je inzet om jezelf te beschermen. Je denkt dat je dit nodig hebt, als je een negatieve zelfovertuiging bent gaan geloven.

We roepen de sensaties op die horen bij zo’n werkdag, waarbij ze als een kip zonder kop in de weer is. Ik gebruik hierbij regressietherapie. Hiermee onderzoeken we waar deze noodzaak vandaan komt. Wat maakt dat ze van zichzelf zo hard moet werken. We komen bij een vergeten herinnering, die ik haar help te herbeleven. Het is een herinnering van een moment waarop ze had geconcludeerd dat ze niet goed genoeg was, zoals ze is. Door deze situatie te herkaderen verandert haar kijk op wat er in het verleden is gebeurd. 

Dit geeft veel opluchting.

Vervolgens bedenken we wat ze kan doen om te voorkomen dat ze weer in oude patronen vervalt. Hard werken is natuurlijk prima. Als goed maar goed genoeg mag zijn. Dan ervaar je plezier en gebruik je voor het behalen van voldoening niet je onzekerheid, maar ijver en creativiteit. Ook daag ik haar uit net zo veel haar best te doen voor leuke dingen, als ze doet voor haar werk. 

Een stuk lichter en vol goede moed gaat ze aan de slag. De volgende keer laat ze me met trots op haar telefoon een foto van een schilderij zien dat ze heeft gemaakt.

Kijk! Zegt ze. Ik heb naar je advies geluisterd en een oude hobby opgepakt!

 

 

Eenzaamheid

Wat te doen bij eenzaamheid

Hè hè. Voetjes in de lucht. Misschien geniet je je net als ik wel eens van tijd alleen. Omringd door enkel goed gezelschap. Namelijk jezelf.

Alleen kun je opladen. Alleen kom je toe aan dat boek of project wat je al een tijd voor je hebt uitgeschoven. Alleen doe je even helemaal wat je zelf wilt.

Alleen zijn kan daarentegen ook voelen als een leegte, door een structureel gemis aan sociale contacten. Je ervaart niet dat gevoel van “even lekker alleen”, maar een eenzaamheid. Die je overmant, als een zware deken. 

Eenzaamheid als identiteit
Het is goed om te beseffen, dat eenzaamheid niet is wat je bent. Eenzaamheid is hoe je je voelt. 

Dat lijkt een futiliteit. Maar in dit besef zit al een stukje verlichting.

Je gevoel is namelijk niet een vaststaand gegeven, maar een vorm van energie. Als je emoties ervaart, dan komt energie in beweging. Het is als een golf die opkomt, zijn piek bereikt, waarna hij afzwakt en het water weer verstilt. 

Voelen zonder bemoeienis
Door te voelen zonder bemoeienis, leer je om te gaan met alles wat in jou om aandacht vraagt. Enkel opmerken wat door je heen gaat creëert al veel ruimte. 

Ik gebruik werkvormen waarmee we deze vaardigheid oefenen. Met behulp van therapeutische mindfulnesstechnieken, daag ik je uit het interpreteren, analyseren en andere vormen van inmenging te weerstaan.  
Je zult ervaren dat je je niet langer tegen je gevoel of eenzaamheid verzet, maar er mild voor kan zijn. Dat zo plots als dat het opkwam, het ook weer voorbij gaat. 

In de ruimte die ontstaat kan je opmerken wat de emotie je vertelt. Eenzaamheid geeft aan dat je verlangt naar contact en dat het een goed idee is om hier gehoor aan te geven, door het contact met gelijkgestemden aan te gaan. 

Het remedie tegen eenzaamheid
Misschien vraag je je af, zegt ze nou dat ik extra veel aandacht moet geven aan mijn eenzaamheid?

Nee, niet extra veel. Je geeft alleen de strijd op. En dat scheelt een hele hoop energie. De energie die eerst ging naar verzet, gebruik je nu om contact te zoeken. Door de telefoon te pakken, in de pen te klimmen of je bij een (digitaal) clubje aan te sluiten. 
Laat dat nou precies het remedie tegen eenzaamheid zijn.

Begin bij jezelf
Je verbinden met anderen, begint bij jezelf. Want ook al voel je je niet happy met waar je nu staat, je kan nog altijd je eigen maatje zijn. Voor het maken van verbinding is moed nodig en spannende situaties kun je beter aan als je je veilig voelt bij jezelf.   

Hieronder een paar vragen, om de relatie met jezelf te onderzoeken:
> Ben je oké met je eigen gezelschap? 
> Durf je te zeggen dat je een waardevolle aanwezigheid bent in een groep?
> Ben jij het waard om gehoord en gezien te worden?
> Mag jij ruimte innemen en gaan staan voor jezelf?

Neem afscheid van een slachtofferrol of slachtoffer gedachten. Onderzoek de overtuigingen die je ervan weerhouden vooruit te gaan.

Eenzaamheid gaat een ander niet voor je opheffen. Zet zelf de eerste stap.

Benieuwd hoe ik je daarmee kan helpen?
Neem contact op voor een kennismakingsgesprek